NSVNieuws
Uitgelichtfoto's
Home › Langebaan › Richtlijnen gebruik langebaanHome › Langebaan › Richtlijnen gebruik langebaan

Hoe kunnen we de ringbaan zo optimaal mogelijk gebruiken tijdens de trainingsuren?

We hebben trainingsuren op maandag, woensdag en donderdag waar verschillende groepen op de ringbaan trainen. Op sommige uren rijden wedstrijdrijders en recreatieve groepen naast elkaar. Om het voor iedereen leuk en veilig te houden, is het op die uren extra belangrijk om je aan de baanregels en afspraken te houden. Wederzijds begrip van recreatieve – en wedstrijdrijders helpt hierbij ook.
 
Waar schaats je?
Het begint eigenlijk bij je plek op de baan; waar schaats je? Pas de plek waar je rijdt aan aan je snelheid, opdracht/oefening en je niveau. Zo ontstaat er meer ruimte en kan je, ondanks snelheidsverschillen, met veel schaatsers op de baan prima trainen. Je rijdt elkaar dan minder in de weg.
 
Over het algemeen geldt dat je, bij voldoende ruimte zo ver mogelijk naar rechts rijdt, dus niet onnodig links blijven rijden. Net als op de snelweg! Hierdoor is er veel meer ruimte op de baan.
 
Besteed speciaal aandacht aan:
  • Uitrijden (rechtop schaatsen) zoveel mogelijk achter elkaar aan de buitenkant, rechts van de blauwe lijn
  • Kijk of er ruimte is voor je begint, bijvoorbeeld met een steigerung. Begin al te kijken in de bocht en begin daar al wat snelheid te maken. Als je niet snel rijdt, hou dan je lijn wat meer naar buiten/rechts en schiet niet direct helemaal naar binnen/links.
  • Roep als je valt, en waarschuw daarmee de andere schaatsers. Dit is vooral belangrijk als je doorglijdt en om te voorkomen dat je tegen andere schaatsers aan botst. Probeer tijdens je val je schaatsen laag te houden.
  • Roep hard en duidelijk ‘Hoger op!’ als je wil passeren en passeer aan de binnenkant (linkerkant). Ga als er iemand langs wil, snel naar buiten (naar rechts) en maak ruimte voor de snellere schaatser.
  • Maak ruimte: De snelle rijders, bijvoorbeeld van de langebaan - of marathonselectie, schaatsen echt heel snel. Wees daarop bedacht en maak ook snel ruimte als je ‘hoger op’ hoort. Het is prettig voor die schaatsers om zoveel mogelijk ruimte te hebben tegen de rode lijn en daarbinnen.
  • De bocht aansnijden: Snelle wedstrijdrijders snijden de bocht vaak anders aan. In het begin iets naar buiten (rechts), en aan het eind van de bocht waaieren ze vaak uit (naar buiten/rechts) om de bocht nog te kunnen houden met hoge snelheid en het rechte eind goed te kunnen beginnen. Hou hier rekening mee als langzamere schaatser.
  • Zicht in de bocht: bij het ingaan van de bocht kan je niet goed zien wie er in de bocht rijdt (met name in de bocht bij de funbaan). De (snelle) rijders zien dus pas halverwege of de bocht helemaal vrij is en of er geen groepen rijden. Dit maakt het, vooral voor de hele snelle schaatsers extra lastig. Wees je hiervan bewust als langzamere schaatser.
  • Uitvoegen: Als je stopt met schaatsen om uit te gaan rijden, rij dan bij het uitvoegen een slag het rechte eind op. Hierdoor kan je langzamer naar buiten sturen en kunnen andere rijders achterlangs beginnen.
  • Start oefenen: Als een groep bezig is met ‘de start’  (altijd tegen blauwe lijn) rijden de andere uitrijdende schaatsers bij voorkeur tussen de startende schaatser (en persoon erachter) en de schaatsers aan de boarding door. Alle schaatsers die met een oefening bezig zijn, rijden links van de startende schaatser langs.
  • In een treintje rij je achter elkaar in elkaars slag, zodat de groep zo smal mogelijk is en minder ruimte in neemt.
  • Hou rekening met elkaar: Snelle wedstrijdschaatsers letten erop dat de langzamere recreatieve schaatsers hun best doen om op tijd aan de kant te gaan en een goede plek op de baan te kiezen, maar dat het niet altijd lukt.
  • Hoge snelheid de wedstrijdschaatsers letten op de veiligheid van de andere schaatsers bij hoge snelheid en rijden ook zover mogelijk aan de buitenkant achter elkaar uit.
  • Je schaatsen strakker doen; doe dat dan nooit in de bocht of bij het uitkomen van de bocht. Alleen op de rechte einden, het liefst een stukje voorbij de kussens. Met je gezicht naar de kant waar de rijders vandaan komen (dus niet met je schaatsen/ijzers naar de aankomende schaatsers). Het veiligste is natuurlijk om even het ijs af te gaan.

Uiteraard gelden ook de bekende baanregels:

  • Niet tegen de rijrichting inrijden.
  • Uitrijden (rechtop schaatsen); zover mogelijk aan de buitenkant, maar altijd rechts van de blauwe lijn.
  • Rustig schaatsen (wel in schaatshouding) net links van de blauwe lijn.
  • (Heel) snel schaatsen tegen de rode lijn aan, of daarbinnen.
  • Voor de trainers, tijdens uitleg geven:
    • rijders langs de boarding, of bij grotere groepen als een vraagteken/vishaakje; degenen in de kromming kijken dan in de rijrichting, dus geen schaatsers met de rug in de rijrichting!
    • geen uitleg geven in de bocht of bij de kussens net aan het einde van de bocht.
  • Geen bidons of schaatsbeschermers op het ijs zetten. Deze moeten op, of bij voorkeur achter de boarding.
  • Starten (‘de start’)  tegen de blauwe lijn aan en iemand erachter, of een aantal pylonnen. Wachtende schaatsers en de trainer staan tegen de boarding aan. (De andere schaatsers die er langs willen, kunnen passeren tussen de groep en degene die aan het starten is. De startende rijder heeft dan geen last van schaatsers die hem net passeren).
  • Alleen halverwege het rechte eind starten. Niet net uit de bocht, dat is te gevaarlijk.

Als we allemaal goed letten op hoe we de baan gebruiken tijdens de training, kunnen we met z’n allen op een fijne en veilige manier trainen.

Copyright © 2013 nijmeegseschaatsvereniging.nl | website geoptimaliseerd voor een resolutie van 1024x78 of hoger i.cm. de laatste browserversies
Terug naar boven

Ogenblik a.u.b. ...